Makkum, IJlst, Workum - Amels en Zwolsman

Scheepstimmerwerf 'De Hoop' in WorkumDe oorsprong van de Zwolsman scheepswerven ligt in de Vlecke Makkum. Vanaf 1600 waren er op zeker meer dan 17 locaties in dit dorp scheepswerven. Aan het begin van de 19e eeuw waren er nog maar twee over nl. de werf van Hylke Kingma en de werf van Sikke Antonides Hellingwerf. Nadien zullen deze werven nog enkele malen van eigenaar verwisselen, maar in de loop van de 19e eeuw zullen twee scheepsbouwers naam maken in de scheepsbouw van Makkum: Alkema en Zwolsman.

Willem Everts Zwolsman

In het historisch onderzoek van Sicco van Albada komen we tegen dat in 1792 de Makkumer koopman Sytze Douwes een in 1791 ‘nieuw gemaakte timmerwerf met twee sleephellingen, met een huisje en een ruimte daarbij nabij de sluis’ te koop of te huur aanbood. Dit was het begin van deze werf in Makkum. Willem Everts Zwolsman (*16-12-1833 te Makkum - †12-06-1911 te Sneek) nam in 1871 de bestaande ‘scheepstimmerwerf, met gereedschappen, schuren, woonhuizing en verdere annexen, met boelgoed van hout en pramen’ over van wijlen Gerben Annes Bakker (*1812 - †1871) en begon voor zichzelf. Willem Everts was al een aantal jaren meesterknecht geweest op de werf van Bakker. De scheepstimmerwerf was gelegen onderaan de Zuiderzeedijk en aan de Dijkvaart aan het begin van de Kleine Zijlroede in Makkum, vlakbij de plaats waar in 1778 de Achlumer- of Kleine sluis, waar doorheen de Kleine Zijlroede afwaterde, werd afgedamd en overdijkt. In datzelfde jaar was de Oldenkloosterzijl (huidige) vergroot, waardoor de tweede sluis overbodig was geworden. Anderhalve eeuw daarvoor was er ook al een verbinding gegraven tussen de beide Zijlroeden, de Krommesloot, zodat de afwatering al anders geregeld was.

Willem Everts was de oudste zoon van timmerman Evert Willems Zwolsman (*13-06-1816 te Blokzijl - <†1855 te Makkum) en slagersdochter Wiepkjen Reinders Bangma (*28-09-1815 te Makkum - †26-04-1895 te Makkum). Willem Everts had drie zoons Ulbe Wzn (*16-09-1865 te Makkum - †26-02-1942 te Workum), Evert Wzn (*26-01-1875 te Makkum - †21-01-1942 te Leeuwarden) en Klaas Wzn (*03-04-1877 te Makkum - †27-05-1946 te Zaandam), die alle drie scheepsbouwer werden.
Voor die jaren had Willem Everts een flink bedrijf, waar ongeveer 15 knechten werkzaam waren. De werf was een nieuwbouwwerf. Ze bouwde het meest visserschepen als blazers en aken. Willem Everts experimenteerde bij de bouw om de zeewaardigheid te vergroten van de blazers door o.a de kont aan te passen. Daarna werden de zeileigenschappen wederom bekeken. Er kwam een bazaanmast bij. Zo kwam het dat Willem Everts de eerste bouwer van blazers met twee masten was. Dit type visserschip, met een lengte van circa 56 vt, werd veel door de vissers van Wierum, Peasens en Moddergat gebruikt. Uit een bewaard gebleven nota uit 1876 vernamen we de kostenspecificatie van een dergelijk schip, de WL 1 groot 38 ton, dat gebouwd werd van april tot en met september:
Eikenhout                                        fl. 2.228,47
Zwaarden                                        fl.     50,--
Vurenhout                                        fl.     92,50
Spijkers, leer, pik, werk, ried, nagels fl.      50,--
Werkloon                                         fl.    610,--
Totaal                                              fl. 3.030,97

Naast de visserschepen werden welonderhouden hekschepen, overdekte roefschepen, tjalkschepen en potschepen verhandeld. Schepen van 10 tot 40 ton.
Zoon Ulbe Wzn Zwolsman vestigde zich in 1892 zelfstandig op de bestaande werf 'De Hoop' te Workum. Evert Wzn en Klaas Wzn bleven vooreerst als de Gebrs. Zwolsman op de werf in Makkum, waar zij in 1902 de ijzeren en stalen scheepsbouw invoerde. De scheepswerf werd uitgebreid met twee ponsmachines, buigmachine, boormachine en knipmachine. De nieuwbouw bleef, maar er werden ook reparaties uitgevoerd. Ze bouwden mooi gelijnde klippers, waarvoor de oude houten klapbrug over de Krommesloot vervangen werd door een basculebrug met een doorvaarwijdte van 7,50 m. Voor zover bekend zijn hier vijf staalijzeren skûtsje gebouwd. In 1903 de eerste, de ‘Eersteling’ [S 369 N], voor Joh. van der Zee uit Makkum en in 1909 de laatste. Deze laatste kreeg de naam ‘Groot Makkum’ [S 899 N] en werd gebouwd voor Simon Pollema uit Leeuwarden. De meest bekende echter is de ‘Nooit Volmaakt’ [S 617 N] uit 1904. Dit schip werd gebouwd voor Rein Reinsma uit Makkum niet wetende dat het later als de ‘Oude Zeug’ kampioenstitels zou gaan behalen in de IFKS.
Zwolsman gebruikte de vaart, oostelijk van zijn werf, voor dwarsscheepse tewaterlatingen, van vooral kleine schepen. De grote schepen werden via een langshelling te water gelaten. Eenmaal in het water werden ze terplaatse afgebouwd. Gezien de ligging van Makkum, aan de toenmalige Zuiderzee, zullen daar ook nog wel tjalken gebouwd zijn.

Evert Wzn Zwolsman

Er heeft, zij het slechts korte tijd, ook in IJlst een werf onder de naam Zwolsman bestaan. In de 19de eeuw waren er verschillende scheepswerven in IJlst. In 1911 werd één van deze werven (te Uilenburg) verkocht. Scheepsbouwer Willem Everts Zwolsman uit Makkum had tijdens de veiling meegeboden op de oude werf van Croles en bleef er (ongewild) aan hangen. Het voorste deel van de IJlster werf (aan de Vaart) werd daarop in 1911 aan de gebr. Bakker direct doorverkocht, die hier hun windmotorenfabriek vestigden. De werf was toen gevestigd in een dubbele loods aan de latere houtkolk. Hij kon de werf niet direct tegen een redelijke prijs doorverkopen en daarom besloot hij de werf zelf te exploiteren door zijn beide zoons Evert Wzn en Klaas Wzn. Willem Everts Zwolsman stierf echter kort daarop op 12 juni 1911 en daarom ging Klaas Wzn, die de meeste scheepsbouwervaring had, weer van IJlst terug naar Makkum om zijn moeder Grietje Ulbes Noordenbos (*26-12-1839 te Wommels - †27-01-1926 te Bolsward) te ondersteunen. Evert Wzn Zwolsman redde het in IJlst niet alleen. Zijn neef Willem Ulbes Zwolsman (*12-05-1889 te Makkum) zou hem in IJlst daarom terzijde staan. Willem Ulbes had zijn opleiding genoten op de werf ‘’t Kromhout’ van Jan Goedkoop te Amsterdam. Notaris W. Wierda maakte publiekelijk bekend dat er op 13 juli 1911 voor de Fa. Gebr. Zwolsman een vennootschap was opgericht met als doel het bouwen, kopen, verkopen en verhuren van schepen en vaartuigen, machines daarvoor als beweegkracht dienende en reparatie van schepen en vaartuigen.

In 1912 kocht Evert Wzn een blazer ‘De Drie Gebroeders’, WL12, van de Fam. Van der Bos uit Wierum voor fl. 912,- voor de handel. Willem Ulbes Zwolsman kon echter niet overweg met Evert Wzn zijn handelswijze en stapte in 1915 al weer uit de vennootschap. Willem Ulbes verliet IJlst weer en begon bij zijn vader Ulbe Wzn in Workum een ijzerwerf. Klaas Wzn Zwolsman voelde zich genoodzaakt zijn broer Evert Wzn in IJlst bij te staan. Hij trad toe tot de vennootschap in 1915 en kreeg daarmee de leiding over Makkum en IJlst en dat was een te zware belasting. De werf in Makkum werd hierdoor verhuurd aan de knecht Sietze van der Werff. In 1916 werd de Makkumer werf door Grietje Ulbes Noordenbos verkocht aan Sietze van der Werff.

Sietze van der Werff

Scheepstimmerwerf 'De Hoop'Sietze van der Werff (geen familie van de scheepsbouwfamilie Van der Werff uit Drachten) volgde rond 1924-1925 tekenlessen bij een andere scheepsbouwer, namelijk Murk Brandsma te Franeker. Frederik van der Werff, de zoon van Sietze, volgde samen met Wiebe Amels de lessen van Willem Klazes Zwolsman (*12-01-1902 te Makkum - †06-06-1990 te Zaandam). De familie Amels bleef lang bij de scheepsbouw in Makkum betrokken. Na een faillissement maakte het bedrijf een herstart met een specialisatie in kostbare, zeer grote jachten voor buitenlandse afnemers.
In 1926 verkocht Sietze van der Werff de werf in Makkum aan P.S. de Boer en kocht de scheepstimmerwerf 'De Hoop' van Pabe van der Hoop voor fl. 10.551,-. aan de Gleibakkerij bij het Kruiswater te Bolsward.
De crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw was er de oorzaak van dat Sietze van der Werff zijn bedrijf moest verlaten in Bolsward. De werf werd in 1938 verkocht aan Wietze van der Werf, die de werf verhuisde naar Meppel.

Klaas Wzn Zwolsman

In deze periode werd Klaas Wzn Zwolsman de grondlegger van de ‘Friesche Scheepsbouwersvereeniging’ welke op 10 december 1915 in het Oranje Hotel te Leeuwarden werd opgericht. Klaas Wzn was van mening dat het maar eens uit moest zijn met de onderlinge moordende concurrentie en dat er zo mogelijk moest worden samengewerkt. Klaas werd de eerste voorzitter en werd in 1918 opgevolgd door zijn broer Ulbe Wzn Zwolsman.
Tussen 1911 en 1920 zijn op de werf te IJlst voornamelijk binnenvaartschepen gebouwd. Uitzonderlijk groot waren twee zeeschepen die op de IJlster werf van stapel liepen: een kustvaarder van 500 ton en een tweemastschoener met motorvermogen (‘De Grana’). Voor zover bekend zijn hier geen skûtsjes gebouwd. De opbloei was echter van korte duur. De samenwerking tussen de broers in IJlst vlotte niet al te best en in 1920 werd de werf opgeheven. De achtergelegen loodsen werden verkocht aan houthandel Sybolt Okke de Vries en werden in 1989 pas afgebroken terwijl de kolk nog aanwezig was.
Klaas Wzn Zwolsman vestigde zich vervolgens in Zaandam als scheepsbouwdeskundige. Evert Wzn Zwolsman verhuisde vanuit IJlst naar Leeuwarden. Hier begon Evert Wzn ook als scheepsbouwdeskundige het Scheepsbouwkundig bureau Zwolsman welke op 01 augustus 1929 werd ingeschreven in het handelsregister van de KvK. Hij maakte nog regelmatig tekeningen en ontwerpen voor diverse scheepswerven in de provincie. In het Fries Scheepvaartmuseum zijn nog tekeningen die hij voor de werf Draaisma en Brandsma in Franeker heeft gemaakt, gesigneerd: “Scheepsbureau / E. Zwolsman / Tel: 2244 / Leeuwarden”.
De oude scheepsbouwkundige Evert Wzn Zwolsman, die op de Julianastraat 3 kwam te wonen, overleed in de Tweede Wereldoorlog aan de gevolgen van zijn verwondingen opgelopen tijdens de eerste bombardementen in de nacht van 20 op 21 januari 1942 op de stad. De beide zwaar beschadigde woningen Julianastraat nummer 1 en 3 zijn later gesloopt en niet herbouwd.

Ulbe Wzn Zwolsman

Scheepswerf ‘De Hoop’ is oud en menig een generatie heeft zich hier met hout kunnen uitleven. Gelegen aan de zuidelijke toegang van de stad Workum achter de zeesluis waar wegen en water samenkwamen. In 1693 vroeg Juntien Reiners toestemming voor een grotere scheepswerf. Hij had al een werfje aan de zuidkant bij het Joodse Kerkhof, maar wilde grotere schepen gaan bouwen. Dit werd het begin van scheepstimmerwerf ‘De Hoop’ bij het oude sluisje. Toen Juntien Rein(d)ers (†1708) pal ten noorden van de sluis aan de Rippertspoel toestemming kreeg een kanthelling met een kraan te makten begon hij voornamelijk kofschepen te bouwen, stoere schepen die handelend Nederland langs de Europese kusten en Oostzeelanden bracht. Hij was niet de enige in Friesland, alleen in Workum waren er in de bloeitijd al twaalf werven; kofschepen, smakken, galjoten, het kon niet op, ups en downs, het ging maar door. Maar toen kwam Napoleon, die wist echt roet in het eten te gooien. Hij kreeg ruzie met Engeland, verbood scheepvaart, bang voor smokkel en zo en wég was de zo bloeiende scheepsbouw.
Na Juntien Rein(d)ers volgden er vele werfbazen op het driehoekige stukje land tussen zeedijk, dijksvaart en sluis ingeklemd. Op de huidige timmerschuur zijn de namen met fraai beletterde bordjes weergegeven.

Ulbe Wzn Zwolsman ging vanaf november 1892 de scepter over 'De Hoop' zwaaien. Hij had het vak geleerd in Makkum van zijn vader Willem Everts Zwolsman en zag brood in vissersschepen, zoals Blazers en Wieringeraken (veelal ook onder een Wieringer nummer varend), maar ook pleziervaartuigen waren het resultaat. Na een minder gunstige periode kwam, net als in Makkum, de werf bij ‘de syl’ weer tot bloei. Het huis en scheepstimmerwerf ‘De Hoop’, liggend naast de Oude Zeesluis bij de havenkom van Workum, werd voor fl. 3.000,- aangekocht van Siemen Jans Visser (*10-02-1848 te Lemmer), zeilmaker te Lemmer, en bloeide weer als nooit te voor. In de werfschuur konden ook grote schepen als kof, smak en galjoot worden gebouwd. De tewaterlating van de schepen werd vergemakkelijkt, omdat een deel van de schuur uit elkaar kon worden genomen als de scheepsromp klaar was. In de scheepsarchieven van de werf van Zwolsman uit Workum komen maten van schepen voor, die overeen kwamen met die van ‘Blazeraken’. Hij bouwde ze ook met een piek in het achterschip, waardoor het schip sneller werd. Workum is de bakermat van dit scheepstype. Op de scheepswerf ‘De Hoop’ werden door werfbaas Zwolsman naast dit type schip verscheidene andere schepen als botters en boeiers gebouwd. Omstreeks 1914 begon Ulbe Wzn met de bouw van ijzeren schepen. Er werd een nieuwe helling gebouwd aan de oostkant van de Diepe Dolte, vrijwel tegenover de bestaande. In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) draaide de werf goed, mede door de Nederlandse neutraliteit, en maakte een bloeitijd door. Er waren tijden dat er wel 60 man werk vonden. Ulbe Wzn bouwde toen als eerste in Friesland een aantal coasters van ongeveer 200 tot 300 ton op stoomaandrijving. Kort na de oorlog maakte een ernstige malaise een abrupt einde aan de hoge winsten in de scheepsbouw. Er volgde een crisis in de twintiger jaren waarbij de prijs van ijzer viel van 80 naar 20 cent per kilo. Daarbij werd in 1918 besloten tot de afsluiting van de Zuiderzee. De gevolgen van dit besluit waren ook voor Ulbe Wzn voelbaar. De animo bij de vissers om een nieuw schip te laten bouwen verminderde sterk. De werf bleef voortbestaan met reparatie en jachtbouw van aken, boeiers en motorboten. Ook werden er ijzeren casco’s van de werf in Makkum hier afgebouwd. Scheepsmeters raakten hierdoor wel eens in de war. In de meetliggers is Workum in eerste instantie aangegeven als plaats van bouw. Bij nader inzien werd het doorgestreept en Makkum er aan toegevoegd [S 818 N].

Evert Ulbes Zwolsman

Nadat Ulbe Wzn zijn oudste zoon Willem Ulbes na terugkomst uit IJlst ook hier in 1920 al vrij snel weer uit het bedrijf stapte, nam Ulbe Wzn zijn derde zoon Evert Ulbes Zwolsman (*28-09-1895 te Workum - †24-09-1973 te Workum) het bedrijf in 1942 over. Evert Ulbes Zwolsman was als pekjongen begonnen op de werf. Later beperkte hij zijn werk tot het onderhoud (hellingen) en repareren van houten en ijzeren schepen. Toen hij hellingbaas werd op de grote scheepswerf bij Séburch in Workum bleef hij dit voortzetten. Hij maakte de crisis- en oorlogsjaren mee die de roem van de werf snel deden tanen, en die maakten dat er voor zover valt na te gaan onder zijn leiding geen nieuwe schepen meer zijn gebouwd na de dood van zijn vader in 1942. Het bedrijf verkeerde toen al in verval door het teruglopen van klandizie. Zo nu en dan kwam er een melkbootje of een visserman voor krabben en teren bij de werf, maar grote klussen werden niet meer uitgevoerd. De ongehuwde Evert Ulbes Zwolsman leefde steeds uiterst sober en ook vele jaren onder moeilijke persoonlijke omstandigheden waarbij hij zich echter gaarne trooste met het ophalen van herinneringen aan de bloeitijd van deze eenmaal zo belangrijke scheepswerf. Zijn interesse in piano en orgel spelen en het rijden op een 1250cc Harley Davidson namen meer en meer de overhand. Evert Ulbes was wel erg gehecht aan de scheepswerf. Hij bleef er altijd wonen, ook toen het bedrijfje zijn tijd had gehad. Het laatste schip dat op de oude helling gesleept werd was het beurtscheepje de ‘Gudsekop’ uit 1908 van de St. Kamp en Reiswerk van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (VCJC) te Utrecht. Dit was in 1962. Dit beurtscheepje was gebouwd door Auke Holtrop van der Zee in Joure. Het gras begon in de lieren te groeien, de brandnetels hadden wortel geschoten in de fundamenten van het gebouw waarna de boktor en houtworm de helling daarna snel overnamen …… Toch is dit de redding geweest voor ‘De Hoop’, de werf is de modernisering ontlopen en de ruïne die Evert Ulbes naliet, kon in 1974 gerestaureerd worden. De voormalige, vervallen scheepswerf ‘De Hoop’ dreigde te veranderen in een parkeerplaats. Mede door de inzet van de Workummer vuurtorenbewoner, en grondlegger van de Strontrace, Reid de Jong is toen gekozen voor restauratie: de scheepswerf kreeg erkenning als uniek en historisch stukje Workum. De erven van Evert Zwolsman richtten in 1973 de Stichting Zwolsmans Scheepstimmerwerf op. Tot op de dag van vandaag zet deze stichting zich in voor het behoud en onderhoud van de werf.

Roelof Jans van der Werff

Het is nu de enig overgebleven 'kofschepenloods' in Fryslân, met dank aan de toen opgerichte Stichting Zwolsmans Scheepstimmerwerf. Deze werf is nieuw leven ingeblazen door Roelof Jans van der Werff (*26-08-1949 te Drachten), de volle neef van Jan Oebele van der Werff (*15-06-1941 te Drachten - †15-01-1995 te Drachten) welke in 1975 hellingbaas werd op de werf aan het Buitenstvallaat in Drachten.
Roelof Jans is de zoon van Jan Jans van der Werff (*1909-†1997) die het betrekkelijk vrije boerenbedrijf boven het werken op de scheepswerf verkoos. Boer Jan rook vrijwel dagelijks de geuren van de pekkwast, want de werf was vlakbij, maar dat deerde hem niet. Bij zoon Roelof Jans van der Werff kroop het Van der Werff-bloed waar het niet gaan kon. Hij wilde weer in het vak van zijn voorvaderen en leerde het vak bij omke Oebele Haike. Toen hij het vak een beetje onder de knie had, kwam hij als timmerman in dienst op de werf van Conyplex. Het betimmeren van polyesterjachten kon Roelof na een tijdje niet meer bekoren. Samen met Johan Prins uit Durgerdam wilde Roelof oude botters repareren. Zij kwamen terecht op de historische werf van ‘t Kromhout in Amsterdam. Hoewel er veel geleerd werd was er dikwijls te weinig werk. Op de Hiswa ontmoette Roelof Johan van der Meulen uit Sneek. Bij Johan van der Meulen in Sneek, kwam het accent, naast zo af en toe een nieuwe boot, voornamelijk te liggen op het restaureren van oude houten schepen: botters, bonzen, pluten, Staverse jollen, Wieringeraken, Friese boatsjes en noem maar op. In de loods is ook een prachtige werkplaats voor het bewerken van hout gevestigd. Daar wordt van alles gemaakt, zolang het maar voor het grootste deel van hout is, en wel massief hout: van meubel tot mast, van schemel tot kas.
Roelof had verhalen gehoord over Denemarken. Er werden daar nog steeds veel houten viskottertjes gebouwd. Hij gooide zijn gereedschapskist in zijn oude auto en vertrok op de bonnefooi naar Svenborg. Omdat daar net iemand was aangenomen op een museumwerf kwam Roelof uiteindelijk in Aerosköbing. Ze bouwden naast smakkejollen eikenhouten kotters met 6½ cm zware gangen en spanten van 25 cm.
Roelof Jans werd bij terugkomst in Nederland op de werf in Workum werfbaas en had veel werk. Door de weeks werden Friese jachten, schouwen, botters, Wieringer aken, poonjachten en smakken gebreeuwd, voorzien van nieuwe boeisels en van berghouten. Zaterdagochtend werden belangstellende de gelegenheid gegeven om op de werf te komen kijken en vragen te stellen.

Erick Mulder

Roelof vertrok in 2000 naar Noorwegen. Er moest een nieuwe hellingbaas komen die gevonden werd voor twee jaar in de persoon van Pieter Daniël de Haas. De nieuwe hellingbaas werd vanaf 1 juli 2002 Erick Mulder. Als meubelmaker in Amersfoort restaureerde hij af en toe een puntertje en timmerde hij scherpe jachten in. Zijn eigen botter restaureerde hij in Spakenburg en dat bleef niet ongezien. In Amersfoort waren geen mogelijkheden die zich in Workum wel voordeden. Hij kreeg daar de beschikking over twee hellingbedden en een aantal bedrijfsruimten, zoals een loods met een kraan die tot zes ton kon tillen. De nadruk bij het werk ligt tegenwoordig op het onderhoud en de restauratie van traditionele houten schepen, zoals botters, Wieringeraken, pluten, bonzen, smakken, Staverse jollen Friese jachten en boeiers.
In de loop der jaren heeft de scheepswerf ‘De Hoop’ weer een aanzienlijk aantal vaste klanten opgebouwd die voor het gehele jaar door werk bieden. Een groot deel van de onderhoudskosten aan de werf wordt inmiddels door de huur opgebracht. ‘De Hoop’ is opnieuw een bloeiende scheepstimmerwerf en daarnaast werkplaats voor allerlei soorten en maten houtbewerking, vergaderlocatie en verhuurcentrum van platbodems. De oude scheepsbouwkunst leeft tot op de dag van vandaag voort in Workum, op de oude Zwolsman werf.

Laatst gewijzigd op: 10 januari 2012