Dokkum, Aalzum - Gerrit Douwes Barkmeijer

Scheepsbouwwerf De NijverheidScheepsbouwwerf De Nijverheid, G. Barkmeijer
Gerrit Douwes Barkmeijer (*01-04-1853 te Stroobos - †30-03-1927 te Dokkum) had als oud-ste zoon het bedrijf van zijn vader Douwe Gerrits (*1819 - †1898) niet overgenomen. On-danks de mindere jaren in de scheepvaart nam hij de gok om in 1880 een werf net ten westen buiten de stadsgracht van Dokkum, tegenover het Westerbolwerk, te kopen. Dit gebied be-hoorde toen tot het buurdorp Aalzum. In de zeventiende eeuw was Dokkum alle grond buiten de stadsgracht namelijk kwijtgeraakt aan de buurdorpen. Volgens de overlevering moest Dokkum dit land verkopen omdat het teveel schulden gemaakt had bij de aanleg van de Stroobosser Trekvaart, die in 1656 gereed was gekomen. In 1925 zou Dokkum, door annexa-tie, weer een deel van de omringende grond, inclusief het werfterrein, terugnemen.
De te koop staande werf bevond zich in de tijd in een soort voorstad van Dokkum waar, be-halve de werf, veel industrie was. Zoals ook een ‘paardewas’, waardoor paarden met schone hoeven de stad in konden komen. Toen Gerrit Douwes de royale scheepstimmerwerf met woonhuis en open terrein op de Streek van Hendrik Harmens Vink (*1810 - †11-07-1890) in 1880 kocht was er daar aan de Leeuwarder Ee sprake van vier hellingen en twee ruime tim-merschuren en een pekhok. Het woonhuis bevatte twee woonvertrekken, keuken, kelder, was-hok een regenwaterbak en verdere geriefelijkheden. Vink was hier sinds 1853 een succesvol scheepstimmerman geweest en had vele schuiteschepen, kofschepen en snikschepen gebouwd. De Barkmeijers namen naar alle waarschijnlijkheid zelf hun gereedschap mee, omdat Vink zijn scheepstimmergereedschap, hoofdzakelijk bestaande uit kettingen, dommekrachten, vijzels, zware en lichte helmtouwen, dito schijfblokken apart verkocht. Zo ook een partij krom en gezaagd hout en vijf pramen.
Gerrit Douwes Barkmeijer was op 26 mei 1877 in Buitenpost getrouwd met Angenietje Mar-tens de Vries (*30-06-1853 te Stroobos). Ze kregen in Aalzum een dochter, maar Angenietje kwam op 29 april 1885 al op jonge leeftijd te overlijden. Twee en een half jaar later trouwde Gerrit opnieuw. Uit het tweede huwelijk met Antje Hacquebord (*22-11-1863 te Dokkum -†22-12-1921 te Dokkum) kwamen zes kinderen, twee dochters en vier zonen. In 1882 had de provincie de suikerwerkfabriek ‘De Grietman’ aan de overkant van het water de Ee gekocht, om zo de scherpe bocht tussen de Ee en de stadsgracht te kunnen afsnijden. Hierdoor ontstond tegenover de werf een eilandje in de Ee. Gerrits Douwes kocht dit eilandje (later in de volksmond ‘het eilandje van Barkmeijer’) en zette er een werkplaats neer. Vanaf 1883 was er sprake van ‘Scheepsbouwwerf De Nijverheid, G. Barkmeijer’. Naast nieuwbouw van verschillende typen pramen, snikken, vissersboten, jollen, tjalken en klipperaken werd er uiteraard veel reparatiewerk gedaan. Uit de werfgegevens blijkt bovendien dat er veel pramen werden gebouwd, zoals roefpraamscheepjes, zeepramen, veepramen en vlotpramen. Een bekend schip dat hier gerepareerd is, was de houten blazer WL3, die tijdens de ramp van Moddergat in 1883 strandde. Gerrit Douwes handelde ook wel in tweedehandse schepen, vaak zal het een ‘inruil’ geweest zijn en een enkele keer kocht hij een schip. Zodoende verhuurde hij ook wel schepen en een enkele keer bouwde hij iets voor eigen rekening. Op deze werf werden in ieder geval 44 roefschepen gebouwd. Met in hoogtij jaren 4 tot 5 per jaar. Over het algemeen waren het geen grote schepen. De gemiddelde lengte zat op 15 m. Hiervan zeilen er op dit moment twee in wedstrijdverband mee in de IFKS. Tot in de A-klasse zeilt Freddy van der Heide uit Grou met de laatste in 1915 gebouwde ‘Drie Gebroeders’ [G 1451 N] en het in 1907 gebouwde skûtsje de ‘Noarderling’ [L 1076 N] van Piet Dijkstra uit Balk komt uit in de kleine a-klasse. Na 1915 stopte de skûtsjebouw en werden er motorboten, motorschoeners en motorvrachtboten gebouwd. Gerrit zijn tweede zoon Anne (*03-11-1891 te Aalzum - †17-04-1975 te Aalzum) werd ook scheepstimmerman bij zijn vader op de werf. De naam van de werf veranderde vanaf 1911 in ‘G. Barkmeijer & Zn’. Buiten Gerrit en Anne werkten er nog zeven knechten in deze periode. Desondanks ging het in de twintiger jaren snel bergafwaarts met de werf. Gerrit Douwes overleed in deze moeilijke jaren op 30 maart 1927. Twee weken later had zijn zoon Anne de werf al opgeheven. Hij had het zijn vader niet willen of durven aandoen dat hij moest meemaken dat de werf werd gesloten. In ieder geval was hij wel op een nette manier gestopt, de zaak was niet failliet gegaan met achterlating van gedupeerde schuldeisers. De crisisjaren waren in 1927 tenslotte nog niet eens op hun hoogtepunt. In de eerste jaargang (1923) van Moorman’s Jaarboek voor Scheepvaart en Scheepsbouw stond dat de ‘N.V. Scheepsbouw v/h G. Barkmeijer’ (telefoon Dokkum 104) over twee hellingen van zestig meter en over drie sleephellingen van dertig meter beschikte. Het lijkt aannemelijk dat de sleephellingen de oude langshellingen waren. In de advertentie op woensdag 4 mei 1927 voor de ‘finale verkoop’, na de opheffing, werden drie langshellingen genoemd. De hellingen van zestig meter moesten wellicht meer als reclame worden gezien; elke lage verharde walkant kon in principe als dwarshelling worden gebruikt: de goten met sleden werden daar ‘eenvoudig’ opgelegd.

Laatst gewijzigd op: 26 april 2013